Er loopt veel verkeerd met onze pensioenen, daarom moeten we durven hervormen

Door Jan Spooren op 21 maart 2018, over deze onderwerpen: Het middenveld, Pensioenen, Belastingen
Wandelstok

"België is een land met hoge belastingen en lage pensioenen. Met hun pensioenkrantje klagen de vakbonden een systeem aan - met lage pensioenen, korte carrières, te weinig werkbaar werk voor ouderen - dat ze vooral zelf hebben opgebouwd", schrijft Kamerlid Jan Spooren op knack.be.

Alle plannen van de regering worden met de grond gelijk gemaakt in hun pensioenkrant, maar veel van de problemen die ze aanklagen bestonden al vóór de hervormingen van deze regering. Sterker nog: de pensioenhervorming zal net een aantal pijnpunten van ons pensioensysteem verbeteren. Laat me dit uitleggen aan de hand van vier zaken waar ik het mee eens ben, en twee flagrante fouten in het betoog van de vakbonden.

1. De pensioenen worden niet gefinancierd door een 'kas' die op een bepaald moment gevuld is en nu leegloopt, maar door de herverdeling van de rijkdom.

Dit citaat gaat naar de kern van de zaak. In ons repartitiesysteem zijn het de actieve generaties die de pensioenen betalen, er is inderdaad geen 'kas' waarin de gepensioneerden hebben gespaard voor hun eigen pensioen zoals in Nederland of Noorwegen. In ons systeem worden de pensioenen dus betaald met de inleg van de werkenden. Ook als er door de babyboom opeens in verhouding veel meer gepensioneerden zijn. Dat is dus hoe de vakbonden de solidariteit zien: als niemand langer moet werken, dan moet er (veel) meer worden afgeroomd van de actieve.

2. 882 euro is het gemiddelde pensioen van de werkneemster, dat is te laag

De pensioenen van de vrouwen zijn vandaag inderdaad belachelijk laag. Is dat dramatisch gedaald sinds de regering-Michel? Is dat gemiddelde de laatste vier jaar naar beneden gegaan? Neen, dit zat altijd al ingebakken in het systeem. Vrouwen hebben gemiddeld kortere loopbanen, en onder de oude regels mochten ze vervroegd uittreden met een bespottelijk laag pensioen. Gelukkig is die trend aan het keren: uit alle berekeningen van het Planbureau blijkt dat de genderkloof bij gepensioneerden aan het dalen is omdat vrouwen veel langer actief zijn op de arbeidsmarkt.

3. Gemiddeld bestaat een derde van een loopbaan van een werknemer uit gelijkgestelde periodes

Het Belgische aandeel in gelijkgestelde periodes is heel hoog in vergelijking met andere landen. Dat ligt niet aan periodes van ziekte of zwangerschap: dat kan iedereen overkomen. De Belgische cijfers worden vertekend door de werkloosheid die onbeperkt is in de tijd, en door het brugpensioen dat veel te gretig wordt gebruikt. Onder het oude systeem kreeg iemand die op 58 jaar met brugpensioen gaat, nog 7 jaar een uitkering van de RVA, en bouwde hij of zij nog 7 jaar pensioen op volgens zijn laatste loon. Dat is onhoudbaar: werken moet meer lonen dan brugpensioen.

4. Er moet een correcte herwaardering van de vroegere lonen komen

Dit is een essentieel punt, ook voor ons. Het Belgisch pensioenstelsel kent veel minder rechten toe aan de jaren die in het begin van de loopbaan zijn gepresteerd, omdat geen rekening wordt gehouden met de welvaartsvastheid. Het gevolg daarvan is dat de jaren in brugpensioen of werkloosheid veel meer pensioenrechten opleveren dan de effectief gepresteerde jaren aan het begin van de carrière. Dat is wraakroepend. Het afschaffen van de welvaartsvastheid van de pensioenen was een rooms-rode besparing. Wij willen die terug invoeren in het kader van het puntensysteem.

5. We mogen pas met pensioen op 67 jaar, omdat de regering de middelen voor de sociale zekerheid niet wil verhogen

Dit is volgens mij een flagrante en zelfs dubbele leugen, want beide stellingen zijn naast de realiteit. De gemiddelde effectieve uittredeleeftijd in België ligt momenteel immers op 60,5 jaar. Wie voldoende loopbaanjaren op de teller heeft, zal nog altijd op pensioen kunnen gaan tussen 60 en 63. En dat is wat de meeste mensen vermoedelijk zullen doen.

De uitgaven voor de pensioenen stijgen jaarlijks met 1,5 miljard euro. De uitgaven voor de pensioenen in 2018 zijn 32,4 miljard voor de werknemers en zelfstandigen, en 17 miljard voor de ambtenaren. Omgerekend is dat dus 10,9 procent van ons bbp. Dat is al 0,5 procent bbp meer dan in 2013, het laatste jaar waar de bonden naar verwijzen. En dat is inclusief alle maatregelen uit de pensioenhervorming.

Conclusie

Er loopt veel verkeerd met onze pensioenen, daarom moeten we durven hervormen, durven veranderen. We moeten voorbij de comfortabele leugen en meer van hetzelfde. Niets doen en meer belasten, helpt niemand vooruit. Hoe ironisch het ook moge klinken: wij verwachten meer van de vakbonden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is