“Minister geeft doodsteek aan tweede pensioenpijler”

Door Jan Spooren op 5 november 2016, over deze onderwerpen: Pensioenen

Laat de werknemer zelf beslissen hoeveel zijn werkgever in de tweede pensioenpijler moet storten. Dat idee van minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) kreeg vrijdag veel tegenwind. Niet alleen van de socialistische oud-minister Frank Vandenbroucke, maar zelfs bij coalitiepartners CD&V en N-VA.

In zijn beleidsnota stelt minister Bacquelaine voor om vanaf 2018 de werkgeversbijdrage in de tweede pensioenpijler - die door de werkgever wordt toegekend als aanvulling op het wettelijke pensioen - te individualiseren. Daardoor zou dit aanvullende pensioen in de privésector niet langer deel

uitmaken van collectieve akkoorden, waarbij de werkgever garanties moet geven. Het zou een vrije keuze worden van de werknemers. Die zouden dus kunnen kiezen wat ze met die bijdrages doen: meer loon krijgen, of toch maar een tweede pensioen­pijler opbouwen.

“Bijzonder riskant”

De twaalfkoppige Academische Raad voor het Pensioenbeleid onder leiding van oud-minister Frank Vandenbroucke - in feite de voortzetting van de Commissie Pensioenhervorming - brandt dit voorstel totaal af. “Een nefaste optie”, “de meest geriskeerde beslissing van deze regering”, “een bijzonder riskante formule”, schrijft Vandenbroucke in een opiniebijdrage in De Standaard. Volgens de oud-minister van sp.a, die destijds waarschuwde dat ons pensioenstelsel aangepast moest worden, is wat Bacquelaine beoogt “het omgekeerde van een ambitieuze ontwikkeling van de tweede pijler. De essentie van pensioenen is dat risico's gedeeld worden. Individuele beleggingen aanmoedigen hoort niet thuis in een pensioenstrategie.” Een individuele keuze is volgens hem “de doodsteek voor elke risicodeling”.

Dat zelfstandigen individueel een tweede pijler opbouwen, is logisch volgens Vandenbroucke. Maar de pijler voor werknemers biedt gegarandeerde opbrengsten die vrije, individuele beleggingen nooit bieden. Die pijler krijgt dan geen bescherming meer en dat zou de ongelijkheid kunnen aanscherpen.

Minister verrast

Niet alleen de oppositie, maar ook de meerderheid heeft gisteren de minister verrassend snel teruggefloten. “Het kan niet dat de werkgever niet meer zou moeten voldoen aan bepaalde eisen en dat de werkgever er alleen voor staat”, zei CD&V-Kamerlid Sonja Becq. En N-VA'er Jan Spoorendeelde de bezorgdheid van de Academische Raad.

Minister Bacquelaine zelf verklaarde vrijdagavond “verrast” te zijn door de reactie van de Academische Raad (lees: Frank ­Vandenbroucke). Omfloerst maar niet minder duidelijk hekelt de minister dat hij al in februari aan de Raad vroeg de “contouren en de beperkingen van deze aanpassingen” te verduidelijken, maar dat hij sindsdien geen teken van leven meer kreeg. Tot gisteren. Via de media. “Ik herhaal mijn uitnodiging van februari om er samen over na te denken.”

Bacquelaine zegt ook des te meer verrast te zijn omdat “dit recht al - onder bepaalde voorwaarden - is voorzien door de wet van 2003. Die is aangenomen door de huidige voorzitter van de Academische Raad, Frank ­Vandenbroucke, toenmalig minister.” Tegelijk merkt het kabinet op dat Vandenbroucke grote delen van het beleid wél bevestigt. Zo schrijft de Raad dat de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd tot 67 jaar “op termijn waarschijnlijk onvermijdelijk is” en “het goed is dat een robuuste eerste pijler wordt aangevuld met een tweede pensioenpijler”.

 

De Gazet Van Antwerpen p. 9 - Paul Verbraeken

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is