Onze hervormingen garanderen uw pensioen

Door Jan Spooren op 15 oktober 2017, over deze onderwerpen: Financiering Sociale Zekerheid, Pensioenen, Werkbaar werk
Jan op de cover van het ledenmagazine van oktober 2017 van de N-VA

Er gaat geen dag of geen debat voorbij zonder dat er over de pensioenen wordt gesproken. Het verhaal van de twee Waalse vriendinnen ging viraal. En twee tegengestelde Open Vld-standpunten over de werkloze 50-plussers zorgden ei zo na voor een regerings crisis. Kamerlid Jan Spooren zet de puntjes op de i: “We weten zeer goed waar we naartoe willen met deze pensioenhervorming.”

‘Ruim één Belg op vijf op pensioen’, kopte De Tijd onlangs. Hoeveel gepensioneerden er precies zijn in dit land, dat weet geen mens. Alleen het aantal pensioenuitkeringen kent de overheid exact: het zijn er 3,4 miljoen. 2,1 miljoen uitkeringen gaan naar gepensioneerde werknemers, 643 000 naar mensen met een zelfstandigenpensioen en 594 000 naar gepensioneerde ambtenaren. De Belgen met een gemengde loopbaan duiken in meerdere stelsels op en worden dus dubbel geteld.

Eurostat schat het aantal gepensioneerde Belgen op 2,8 miljoen in 2015. Minister van Pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) zal het exacte aantal gepensioneerde Belgen nu voor het eerst laten berekenen.

Een land dat een eind ver in de 21ste eeuw niet weet hoeveel gepensioneerden er zijn? Voor Kamerlid en pensioenexpert Jan Spooren is het ergens symptomatisch. “Het lege Zilverfonds, Michel Daerden (PS) over het ‘wietboek’ en het groenboek … het toont aan dat wij in dit land zeer graag de struisvogeltactiek toepassen. Kop in het zand en hopen op het beste.”

Demografische veranderingen

De logische vraag die zich dan stelt, is of we ons zorgen moeten maken. Volgens de vakbonden en de oppositie wordt het pensioenstelsel afgebroken. De jongeren gaan ervan uit dat het pensioen onbetaalbaar wordt, en dat het voor hun generatie verdwenen zal zijn. Maar Spooren relativeert dat toch: “Voor de toekomst moeten we
onhaalbare beloftes en onhoudbare regelingen bijstellen, maar met de pensioenhervormingen zullen we er net voor zorgen dat het wel mogelijk blijft om de wettelijke pensioenen uit te betalen, ook in de verre toekomst. Bovendien wil ik nog eens benadrukken dat niemand die vandaag met pensioen is een euro verliest. Alle rechten die al zijn opgebouwd, blijven
verworven. Zolang we een economie hebben die draait met voldoende mensen die bijdragen, kunnen we de pensioenen betalen.”

Zoals veel landen met een socialistische erfenis heeft België een omslag- of repartitiestelsel voor de pensioenen. “De pensioenen van alle gepensioneerden worden betaald uit de sociale bijdragen van iedereen die op dit moment actief is”, legt Spooren uit. “Er is dus geen opbouw van pensioenvermogen op basis van je eigen bijdragen. Als ik ga spreken voor een publiek van gepensioneerden, dan krijg ik vaak de vraag: maar waar zijn mijn bij - dragen dan naartoe? Het eerlijke antwoord luidt: die zijn uitgegeven om vandaag de pensioenen te betalen.”

Het omslagstelsel is dus gebaseerd op solidariteit tussen de generaties, maar het betekent ook dat het stelsel erg kwetsbaar is voor demografische veranderingen. En dat is exact wat nu gebeurt: vandaag zijn er in België voor elke tien werkenden 4,6 gepensioneerden. Dat komt ongeveer overeen met twee werkenden die samen één pensioen financieren. Als we uitgaan van een pensioen van 1 200 euro is dat dus 600 euro per werkende. De vergrijzing doet dat tegen 2050 nog oplopen tot 7,3 gepensioneer den voor tien werkenden. Drie gepensioneerden per vier actieven dus. De financiële gevolgen zijn enorm. “Vanuit technisch oogpunt is het eenvoudig”, zegt Spooren. “Ofwel verhogen we de verzekeringspremie die we betalen, of -
wel moeten de pensioenuitkeringen worden gekort. In mensentaal: ofwel de belastingen verhogen, ofwel de pensioenen verlagen.”

Langer leven, langer pensioen

Voor de pensioenexpert zijn dat doodlopende sporen. “We hebben al de laagste brutopensioenen van West-Europa én de hoogste belastingen. Dat is dus echt geen optie. Het enige waar nog wat aan gedaan kan worden is daarom de verhouding tussen het aantal actieven en het aantal gepensioneerden. En dat is exact wat we met deze regering doen. Meer mensen aan de slag krijgen, langer werken en werken doen lonen.” Daarenboven maakt deze rege ring het ook makkelijker voor gepensioneerden om bovenop hun pensioen nog iets bij te verdienen. 

Het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd is daarbij maar een klein element. Toen het eerste pensioensysteem door de Duitse kanselier Otto Von Bismarck werd opgericht, was dat een verzekering tegen het risico van een lang leven. De wettelijke pensioenleeftijd lag toen al op 65, maar de gemiddelde levensverwachting was 63 jaar. Toen men in België met de werknemerspensioenen begon, was men gemiddeld maar 2 à 3 jaar op pensioen. Vandaag is dat meer dan 21 jaar.

België is het laatste land dat zijn wettelijke pensioenleeftijd aanpast. Zelfs Griekenland en Italië gingen ons voor. “Voor veel mensen is die wettelijke pensioenleeftijd een referentiepunt”,  zegt Spooren. “Maar de mensen die tot hun 65ste werken, zijn hier echt de uitzondering. De leeftijd waarop men effectief stopt met werken en het aantal jaren dat men effectief heeft  gewerkt, zijn eigenlijk belangrijker. Met een gemiddelde leeftijd om uit te treden van nog geen 60 jaar, is die in België bij de laagste van de hele Europese Unie.” De cijfers van het ABVV over de effectief gewerkte jaren zijn al helemaal verbijsterend: de gemiddelde Belgische man heeft een loopbaan van 42 jaar, maar werkt er daarvan maar 28 effectief. Voor 14 jaar ontvangt hij dus een uitkering, waarvan gemiddeld 3,4 jaar werkloosheid en 3,2 jaar brug pensioen.

Meteen bij de start van de legislatuur nam de regering een hele rist maatregelen om de leeftijd waarop men stopt met werken te verhogen: de toegang tot het brugpensioen werd strenger, de voorwaarden voor het vervroegd pensioen werden opgetrokken, een aantal  uitzonderingen in de publieke sector gingen op de schop, zoals de studiejaren die meetellen als gewerkte jaren en het verlof voorafgaand aan het pensioen. Hoewel de  pensioenhervorming een belangrijke aanleiding was voor de stakingsgolf van 2014-2015, was er toch grote maatschappelijke consensus te merken over het belang van langer werken.

De Waalse vriendinnen

Flashback naar 25 april 2017. RTL brengt het verhaal van Virginie en Caroline, twee vriendinnen uit Charleroi die op enkele maanden van hun pensioen staan. Van de pensioendienst ontvangen ze een schatting: Virginie, die 13 jaar als werknemer en 26 jaar als zelfstandige heeft gewerkt, ontvangt een pensioen van 990 euro. Caroline, die 6 jaar heeft gewerkt en 33 jaar euro per maand. Als ze haar pensioen niet aanvraagt maar blijft stempelen, kan ze zelfs nog 100 euro meer krijgen.

Vincent Van Quickenborne (Open Vld) interpelleert de minister in de Kamer. Zijn tussenkomst gaat viraal en wordt 1,2 miljoen keer bekeken op Facebook. “Schandalig dat werken minder pensioen oplevert dan niet werken!”, schreeuwt de publieke opinie. Van Quickenborne kent als oud-minister van Pensioenen de problematiek maar al te goed. Het aandeel van de zogenaamde gelijkgestelde periodes in de Belgische pensioenen is zeer groot. Dat zijn de periodes waarin men niet werkt maar die wel worden gelijkgesteld met tewerkstelling en daardoor meetellen in de pensioenberekening. Het gaat om bijna een derde van alle opgebouwde rechten.

In de onderhandelingen van het Zomerakkoord wordt de gelijkstelling van de langdurige werkloosheid aangepakt: vanaf het tweede jaar werkloosheid zal de gelijkstelling voortaan gebeuren op basis van een fictief brutoloon van iets minder dan 2 000 euro per maand. De uitzondering die toeliet dat ontslagen vijftigplussers verder pensioen blijven opbouwen op basis van hun laatst verdiende loon verdwijnt. Van Quickenborne verdedigt de maatregel in het nieuws: “De situatie op de arbeidsmarkt is anders. Er is vandaag veel meer kans om terug aan de slag te gaan dan in 2013.” Alleen had zijn voorzitster Gwendolyn Rutten (Open Vld) dat zo niet begrepen. In een debat met sp.a’er John Crombez vindt ze niet de woorden om de maatregel te verdedigen. Vicepremier Kris Peeters (CD&V) krijgt naar eigen zeggen 35 000 e-mails van ongeruste vijftigers.

Zowel CD&V als Open Vld gaat na de demarche van Rutten voor de maatregel liggen. Jan Spooren wil zich op de uitzondering voor de vijftigers niet laten vastpinnen: “Het debat over de gelijkstellingen moet breder worden gevoerd. Voor een aantal sociale verloven zoals mantelzorg hebben we de gelijkstelling net uitgebreid, en terecht. Maar langdurige werkloosheid en brugpensioen zijn goed voor een derde van alle gelijkstellingen, en dat moeten we durven bekijken. Er zijn mensen in dit land die 20, 30 en zelfs 40 jaar werkloos zijn. Het echte probleem is dat een werkloosheidsuitkering onbeperkt is in de tijd en dat brugpensioenen te aantrekkelijk waren.”

Werken belonen

“België is uniek door een onbeperkt aantal jaren werkloosheid te laten meetellen voor je pensioen”, gaat Spooren verder. “In Zweden is de werkloosheidsuitkering beperkt tot 300 dagen,  in Oostenrijk is dat één jaar, in Frankrijk twee jaar of drie jaar voor 50-plussers.” In Het Laatste Nieuws stond recent nog een getuigenis van een 58-jarig kaderlid dat al 868 sollicitaties had verstuurd maar omwille van zijn leeftijd nergens meer aan de bak geraakte. “Voor een kaderlid van die leeftijd spreken we toch al gauw van drie jaar opzeg”, weet Spooren. “En die tellen mee voor je pensioen. Daarna zou hij voor zijn pensioenopbouw nog een jaar volledig worden gelijkgesteld aan zijn laatste loon, en nadien zou hij pas op het fictieve loon van 2 000 euro bruto zijn teruggevallen. Maar wat erger is: die man wil echt werken. Als hij niets vindt, wil hij als zelfstandig consultant starten. Maar vanuit pensioenoogpunt kan ik hem dat niet aanraden: als zelfstandige zal hij bijna zeker minder pensioen opbouwen dan als werkloze. Maar ook als werknemer zal hij in veel gevallen minder opbouwen. Het systeem straft mensen die willen werken.”

In heel het gesprek komt het als een rode draad terug: om de pensioenen betaalbaar te houden, moeten meer mensen aan de slag. Dat de werkzaamheidsgraad zo bepalend is voor de betaalbaarheid van de pensioenen, maakt het bij uitstek ook een communautair thema. De vergrijzing gaat vandaag sneller in Vlaanderen. 59 procent van de Vlaamse 50-plussers heeft een job. In Nederland is dat 70 procent. Voor het eerst zijn er evenveel vijftigers als dertigers actief op onze arbeidsmarkt. Het is een keerpunt in de vergrijzingsdiscussie. Bij de dertigers is de tewerkstellingsgraad hoger dan 85 procent. De groeimarge zit in Vlaanderen dus vooral bij de 50-plussers.

Uit onderzoek van arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) blijkt dat discriminatie op basis van leeftijd de meest uitgesproken vorm van discriminatie is, veel meer dan ras, religie of handicap. Waar Unia dit vroeger verwaarloosde, krijgt de problematiek meer aandacht sinds een verkoper een rechtszaak won tegen Dovy Keukens. Jan Spooren snapt werkgevers niet die 50-plussers geen kansen geven wegens te duur of te weinig flexibel. “De mentaliteit is aan het veranderen en er is demografisch gewoon geen andere keuze dan oude re talenten aan boord te houden. Maar we moeten de zaken ook in het juiste perspectief zetten: wie als vijftiger wordt ontslagen heeft nu bijna één kans op twee om binnen het jaar weer aan de slag te zijn. Dat is al veel beter dan een paar jaar geleden, en dankzij een aantal recente regerings maatregelen zal het er in de komen de jaren nog op verbeteren. In het Zomerakkoord is bijvoorbeeld beslist om vanuit de sectoren zelf een premie te geven aan oudere werknemers die overstappen naar een lichter regime.”

Voor Spooren kan de betaalbaarheid van de pensioenen niet los worden gezien van de taxshift of de hervormingen van de arbeidsmarkt. “De taxshift zal de gemiddelde koopkracht doen stijgen, maar dat zijn gemiddelden. Helaas is het zo dat voor veel gepensioneerden de rekening anders uitdraait: ze betalen hogere accijnzen of btw, maar profiteren niet mee van de lasten verlagingen in de personenbelasting, omdat hun inkomen op een andere manier wordt belast. Ik weet dat je bij veel gepensioneerden dus niet moet komen aanzetten met die gemiddelden, maar de taxshift zorgt wel voor 52 000 jobs die helpen om de pensioenen te garanderen. Ook voor de hervormingen van de arbeidsmarkt gaat die redenering op. We hebben op dit moment 120 000 openstaande vacatures, het meeste van alle Europese landen. Nooit had de VDAB er meer. Dat die jobs niet ingevuld raken, weegt op onze economische groei. Eigenlijk is er geen beter moment om de werkloosheid in de tijd te beperken.”

Hogere minimumpensioenen

De bewering van de vakbonden dat het pensioenstelsel wordt afgebroken en dat de gepensioneerden in armoede worden gestort, ligt ver van de waarheid, zegt Spooren. “We doen vandaag grote inspanningen om de laagste pensioenen op te trekken, en dat is ook nodig. We stoppen meer dan een miljard van de welvaartsenveloppe in het optrekken van de laagste pensioenen. De minimumpensioenen voor werknemers zijn al gestegen met 90 euro per maand, die voor de zelfstandigen zelfs al met 150 euro. Sinds 1 september zijn die gelijkgetrokken met de minimumpensioenen voor werknemers. De Studiecommissie voor de Vergrijzing, het Planbureau en de Nationale Bank concluderen exact het omgekeerde van de vakbonden: door alle hervormingen zal het gemiddelde pensioen stijgen, vrouwen zullen een hoger pensioen krijgen doordat ze een langere loopbaan hebben en het armoede risico bij gepensioneerden zal verder dalen. Dat zijn de nuchtere feiten.”

Jan Spooren is optimistisch dat we de pensioenen kunnen blijven garanderen: “Met de recente  pensioenhervormingen zijn we er al in geslaagd om de vergrijzingskost met 7 miljard of bijna de helft terug te dringen. Met verdere hervormingen om de verhouding tussen werkenden en gepensioneerden verder te verbeteren, in combinatie met het creëren van voldoende jobs, kunnen we het tij keren. Zodat ook de volgende generaties nog kunnen genieten van een wettelijk pensioen.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is