'Werknemer moet baas worden (over eigen loopbaan)'

Door Jan Spooren op 5 juni 2015, over deze onderwerpen: Financiering Sociale Zekerheid, Welzijn op het werk, Werkbaar werk

Werkbaar werk. Het wordt het ordewoord in de regering-Michel de komende maanden. N-VA opent de debatten en wil de werknemer vooral zelf laten bepalen hoe die werk en vrije tijd combineert. ‘Werkgevers en bonden moeten werknemers meer vertrouwen.’

Brussel’Er moeten meer mensen aan de slag en ze moeten langer aan de slag blijven. Maar wel op zo’n manier dat het voor iedereen doenbaar is.’ N-VA-kamerlid Zuhal Demir vat de grote ambitie samen van de federale regering inzake arbeidsmarktbeleid. ‘Werkbaar werk’ is daarbij de overkoepelende slogan. Twee woordjes die in het regeerakkoord staan maar die - net zoals die andere slogan ‘taxshift’ - nog moeten worden uitgeklaard. ‘Zonder werkbaar werk dreigen de besparingen in pensioenen en werkloosheid teniet gedaan worden door een hogere factuur aan burn-outs en ziekte,’ zegt partijgenoot Jan Spooren.

Daarom leggen Demir en Spooren, samen met collega’s Peter De Roover en Wouter Raskin, een resolutie neer die duidelijk maakt wat N-VA verstaat onder werkbaar werk, niet toevallig de dag dat de regering de hogere pensioenleeftijd goedkeurt.

De kamerleden schuiven een batterij maatregelen naar voren die onze jobs minder stresserend moeten maken en voor een betere balans tussen werk en privé zorgen. Met onder meer de invoering van een loopbaanrekening, een opleidingskrediet, de mogelijkheid om even ‘afgevaardigd’ te worden naar een ander bedrijf of de keuze voor oudere werknemers om lichtere taken uit te oefenen(zie hiernaast).

Meer autonomie

De rode draad bij de voorstellen is meer vrijheid voor de werknemer om zelf controle te hebben over zijn loopbaan, over wat hij doet, wanneer hij het doet en hoe hij het doet. ‘Ons arbeidsrecht is blijven steken in de jaren zestig, toen vrouwen nog thuis bleven en mannen routinewerk in vaste shifts deden’, stelt Demir vast. ‘Vandaag is onze diensteneconomie veel flexibeler, maar ook veeleisender, terwijl de combinatie werk-gezin bij tweeverdieners hoog op de agenda staat.’ Naast collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) wil de N-VA meer ruimte voor iao’s: individuele overeenkomsten tussen werknemer en werkgever.

’Het is niet de bedoeling om te raken aan bestaande rechten, maar werkgevers en vakbonden moeten minder paternalistisch denken dat zij best weten hoe een werknemer zijn job moet doen. Proefprojecten tonen dat werknemers die meer autonomie krijgen, productiever zijn én beter in hun vel zitten.’

Voor Demir en co. zijn de voorstellen ‘niet meer dan logisch’. Toch slopen ze enkele heilige huisjes. Zo willen ze dat lonen sterker competenties en jobinhoud weerspiegelen en minder anciënniteit. ‘Mensen kunnen beter wat meer verdienen rond hun dertigste, wanneer ze ook hogere kosten hebben, en wat minder eens ze wat ouder zijn. Zo vermijd je ook dat oudere werkgevers uit de markt geprijsd worden.’

Een andere misvatting die het debat gijzelt, is de discussie over zware beroepen. ‘We moeten af van het idee dat je het ene beroep wel tot je 67ste kan doen en het andere niet. Er bestaan geen zware beroepen, wel zware taken. Uiteraard moet een politieagent van 55 niet op boeven jagen, maar hij kan andere taken doen, bijvoorbeeld op de dispatching. Trouwens, voor wie fysieke of psychische klachten heeft, is elk beroep zwaar.’

De Roover hoopt dat werkgevers en vakbonden zich niet laten verlammen door koudwatervrees. ‘We steken de hand uit naar de sociale partners. En nee, dat is niet ironisch bedoeld,’ besluit Spooren.

Auteur: Jan-Frederik Abbeloos

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is